PWB Checklist gebruiken

Gebruik de checklist niet als een eenmalige afvinklijst, maar als een vast beslismoment vóór, tijdens en na iedere relevante belastingstap. De uitkomst zegt niet alleen of de patiënt “mag belasten”, maar vooral of de huidige belasting moet worden opgebouwd, gehandhaafd of verminderd.

  1. Leg eerst het uitgangsniveau vast. Leg de huidige activiteit en dosering, bijvoorbeeld hulpmiddel, loopafstand, aantal herhalingen, duur, mate van steun en gangkwaliteit vast. Vergelijk elke volgende beoordeling met ditzelfde uitgangsniveau.
  2. Controleer vóór de sessie de reactie op de vorige belasting. Vraag naar pijn in rust en ’s nachts, napijn, zwelling, warmte, wondveranderingen, vermoeidheid, vallen of bijna-vallen en veranderingen in functioneren. Beoordeel vooral of klachten nieuw zijn, toenemen of langer aanhouden dan de gebruikelijke reactie.
  3. Sluit eerst rode vlaggen uit. Bij een mogelijke complicatie krijgt veiligheid voorrang op de overige items. Verhoog de belasting niet bij onder andere progressieve rust- of nachtelijke pijn, duidelijke wond- of ontstekingsverschijnselen, neurovasculaire veranderingen, een nieuwe standsafwijking, plots functieverlies, een val met klachten of verdenking op fractuur- of implantaatinstabiliteit. Schaal dosering van activiteiten terug en stem zo nodig medisch af.
  4. Beoordeel tijdens de activiteit alle domeinen samen. Kijk niet alleen naar de pijnscore, maar ook naar zwelling en warmte, wond en huid, gangkwaliteit, symmetrie, compensaties, transfers, hulpmiddelgebruik, vermoeidheid, vertrouwen en veiligheid. Een acceptabele pijnreactie is niet automatisch groen wanneer de patiënt bijvoorbeeld meer mankt of instabiel beweegt.
  5. Ken één eindkleur toe volgens het voorzichtigheidsprincipe. De meest ongunstige relevante bevinding bepaalt de beslissing. Meerdere groene items heffen één duidelijke rode vlag niet op. Bij twijfel tussen twee kleuren kies je voorlopig de meer voorzichtige kleur en beoordeel je opnieuw.
  6. Koppel de kleur direct aan een actie. Groen: alle belangrijke domeinen zijn stabiel of verbeteren; verhoog één variabele in een kleine stap. Oranje: er is een lichte of nog niet nader te bepalen reactie; handhaaf het niveau, verbeter eerst techniek of ondersteuning en verhoog hooguit één kleine doseringsvariabele, en blijf nauwlettend monitoren. Rood: er is een duidelijke negatieve of mogelijk onveilige reactie; stop de progressie, verminder belasting of complexiteit en overweeg medisch overleg.
  7. Verander slechts één variabele tegelijk bij een hoger risicoprofiel (patiëntkarakteristieken). Kies bijvoorbeeld voor meer gewichtsname, een langere afstand, meer herhalingen, minder steun, een hogere snelheid, meer complexiteit of minder hersteltijd tussen belastingsmomenten. Zo is bij de volgende checklistbeoordeling herkenbaar waarop de patiënt heeft gereageerd.
  8. Maak de beslissing pas definitief na de 24-uurscheck. Een sessie die direct goed lijkt, kan de volgende dag alsnog een negatieve reactie geven. Blijven pijn, zwelling, warmte, functie en gangkwaliteit op het uitgangsniveau, dan kan de stap worden behouden. Bij een duidelijke verslechtering wordt teruggegaan naar het laatst goed verdragen niveau.
  9. Documenteer kort maar vergelijkbaar. Leg vast: activiteit en dosering, hulpmiddel, pijn vóór/tijdens/na, zwelling of wondstatus, gangkwaliteit en veiligheid, 24-uursreactie, vlagkleur, besluit en volgende evaluatie. Gebruik bij vervolgmetingen dezelfde termen en activiteiten.

Belangrijk: de checklist ondersteunt het klinisch redeneren en is geen optelsom waarbij het aantal groene vakjes automatisch tot progressie leidt. Fractuurtype, fixatiestabiliteit, botkwaliteit, patiëntkarakteristieken en klinische respons moeten altijd gezamenlijk worden geïnterpreteerd.

Bijvoorbeeld: een patiënt heeft pijn 3/10 die na rust afneemt en geen extra zwelling, maar gaat na een langere loopafstand duidelijk meer manken. De uitkomst is oranje, niet groen: handhaaf of verkort de afstand, verbeter gangkwaliteit en beoordeel de reactie opnieuw bij de volgende sessie.

Quick Start PWB in de praktijk
  1. Breng het risicoprofiel in kaart. Beoordeel fractuur, fixatie, botkwaliteit en alle relevante patiëntkarakteristieken.
  2. Sluit rode vlaggen uit. Denk aan toenemende rust- of nachtelijke pijn, progressieve zwelling of roodheid, wondproblemen, koorts, neurovasculaire veranderingen, standsverandering, plots functieverlies of verdenking op implantaatproblemen.
  3. Kies een functioneel doel. Bijvoorbeeld veilig transfereren of een korte afstand kwalitatief goed lopen.
  4. Kies een passende belastingprikkel. Bepaal het startniveau en kies een geschikte activiteit of uitgangspositie. Pas duur, afstand, steun, herhalingen, snelheid of complexiteit aan; verhoog bij voorkeur slechts één variabele tegelijk in de vroege fase en bij hoogrisicopatiënten.
  5. Observeer de reactie. Beoordeel pijn, zwelling, warmte, gangkwaliteit, compensaties, vertrouwen, veiligheid en de 24-uursrespons.
  6. Beslis en documenteer. Groen: kleine progressie. Oranje: handhaven of minimaal aanpassen. Rood: terugschalen en zo nodig medisch overleg.
PWB is geen toestemming om onbeperkt op geleide van pijn te belasten. Het is een gestructureerd proces 
  • inschatten 
  •  belasten 
  • observeren 
  •  evalueren 
  •  bijstellen.
Sluit de enquête
Geef uw mening over de website, of vertel ons hoe wij onze website kunnen verbeteren.
De volgende links voor privacy en servicevoorwaarden behoren tot de reCAPTCHA-plugin van Google.